zondag 5 april 2009

Nog niet op de helft…

“Ik ben nog niet op de helft. Het kan nu toch nog niet voorbij zijn?” Zuchtend legde hij zijn grote handen in zijn schoot. Hij kon er maar niet in berusten.

Ik ben nog niet op de helft,
heb nog lang niet alles uitgewerkt.
Ik wil nog zoveel doen,
maar word steeds meer beperkt.

Ik ben nog niet op de helft,
maar ben ik nu toch versleten?
En als ik er dan niet meer ben,
zullen de mensen me dan vergeten?


Elke dag kreeg hij meer haast. Meer haast maar minder kracht om af te maken wat nog niet begonnen was. Waarom een leven versleten aan wat mensen verwachtten? Net nu zijn leven echt leek te beginnen, glipte het door zijn vingers.

Het was zo oneerlijk. Zwoegen tot je er bij neervalt. En dan toch nog alles kwijtraken. Op het laatst ook nog zijn gezondheid. Kennissen ver weg schudden meewarig hun hoofd. Soms uit oprecht medelijden. Vaker uit puur onvermogen om de reikwijdte en diepte van het lijden te kunnen overzien. Vrienden dichtbij verborgen hun gezicht, keerden zich af. Een vriendschap die meer kost dan oplevert ontaardt in een therapeutische relatie. Dus bleven er alleen therapeuten en wannabee’s over.

Je kunt een mens dus alles afnemen. Zijn huis, zijn werk, zijn partner, zijn kinderen, zijn intieme relaties. Steeds weer veert de mens op en zwoegt zich vooruit door de tijd heen. Maar wie mentaal of fysiek gekraakt wordt, is letterlijk stilgezet. En terwijl de wereld voortrazend alle plannen en dromen mee grist, blijf je alleen en berooid achter. Niet in staat om zelf nog iets van het leven te maken. Nog niet op de helft en dan al voorbij.